1Kattenhuis [log]

Het is alweer zeven maanden geleden
dat de laatste van de katten Balou na veertien jaar uit ons leven is verdwenen. Mevrouw Ting was al twee jaar dood. Haar nicht, de mooie
rode poes Blij Getij, is hier op de Hoge Larenseweg doodgereden door
een bromfietser.
Ebella wil meteen weer een poes in
huis. Ik wil wachten tot na onze reis in januari. Als er weer een nieuwe poes in huis
komt, moeten we daar - zeker de eerste maand - de volle aandacht aan kunnen geven.
Na onze thuiskomst uit Florida komt ons
buurmeisje, Gül, meteen afspreken wanneer we naar het dierenasiel zullen gaan. Ze mag mee
om een poes uit te zoeken. Ebella kan pas komende donderdag. Dat is wel erg laat.
We spreken af om woensdagmiddag alvast te gaan kijken dan kan Ebella de volgende
dag de uiteindelijke keus maken.
Die woensdag vraagt Gül of haar
nicht Ruweda en neefje Abdulah ook mee mogen. We fietsen via de hei naar het dierenasiel. Het is net na de
middagpauze. Een drukte van belang veel vrijwilligers komen langs om de
honden uit te laten. Dat is bijzonder spannend voor Gül, Ruweda en Abdulah. Ze zijn
zonder huisdieren opgegroeid en zeer op hun qui-vive als er maar een hond hun kant op
kijkt. Abdulah blijft wel cool, maar de meiden vliegen me panisch om mijn nek als ze door
een enthousiaste hond begroet worden.
Ze vinden poezen zelfs een beetje
eng. Gül en Ruweda hebben een voorzichtige relatie achter de rug met Mevrouw Ting en Blij
Getij. Ting liet zich geduldig aaien en betasten, maar Getij paste daarvoor. Getij maakte
er een spelletje van. Ze liet zich veel liever opjagen tot ze er genoeg van had -
en via het dakterras net buiten handbereik zich ging liggen wassen.
In het kattenhuis van Dierenasiel Crailo zijn de kinderen zeer
op hun hoede. Waar je kijkt zit of ligt een kat je aan te kijken. Alleen Ruweda is niet te
stuiten en springt vol liefde op de meest bedeesde en hoogst aaibare katten af. Veel
zijn daar niet van gediend, maar daar zit ze niet erg mee. Dat begrijpt ze wel. Ze zijn
per slot van rekening niet voor niets in een dierenasiel. En er zijn genoeg andere
nóg poezeliger poezen die haar aandacht wel kunnen verdragen. Abdulah vindt het in
het kattenhuis allemaal wel interessant. Maar hij verheugt zich op de
hondenverblijven.
Gül wijdt zich zorgvuldig aan haar
taak - een lieve en mooie poes zoeken die Ebella vast ook lief en mooi zal vinden. Ze
wijst me op een klein zwart katje dat in een hok apart zit. Als we het diertje begroeten,
drukt het zich tegen de tralies aan. Het ís een poes en ze heet Sheba. De
hoofdverzorgster waarschuwt dat het een erg schuchter diertje is. Ze kijkt bezorgd naar
Gül, Ruweda en Abdulah. Ik kriebel voorzichtig tussen haar oren en ben meteen gewonnen.La

2
Maan [log]

Hoe is het daar op jullie
school in Karaman?
Natuurlijk denken we hier veel aan jullie. Jullie krijgen echt elke dag de groeten van
Gül en Ruweda. Jullie zitten nu wel op deze pagina te wachten, maar zij vinden het veel
interessanter als jullie een nieuwsbrief of weblog voor hen maken. Het mag ook in het
Turks, zegt Ruweda. Dat vertalen ze wel voor mij. Maar een gewone brief is ook erg welkom.
Uit de vorige wordt nog steeds voorgelezen. Jullie nichten zijn extra nieuwsgierig naar
jullie belevenissen omdat ze zich realiseren dat ze over een paar jaar ook naar jullie
school gestuurd kunnen worden.
Ik moet jullie namens de dames op
de hoogte houden met het reilen en zeilen van Maansheba. Daar kunnen we nog kort over
zijn: ze gedraagt zich nog behoorlijk afstandelijk. Ebella heeft wel een paar keer op een
dag wat meer contact met haar. Maansheba ligt sinds een paar dagen af en toe op de
vensterbank in de kleedkamer. Als Ebella er aan komt begint ze enthousiast kopjes te
geven. [FzM 1-3-02]

3
Schuilplaats [log]

Maansheba is wat vreemd vanaf het begin.
Zodra dit kleine zwarte poesje een poot over de drempel van de werkkamer zet, verdwijnt ze
onder de stellingkast. Of ze schuilt achter de broodmachine in de opslagkamer, of onder
het kledingrek in Ebellas boudoir. Als ze met rust gelaten wordt, blijft ze daar de
hele dag zitten. Maar als iemand toenadering zoekt of haar wil aaien, verhuist ze naar een
nieuwe schuilplaats: achter de schminktafel of in de vensterbank van de logeerhut.
Hoewel Maansheba gesteriliseerd is, is ze
om de twee weken wanhopig krols. Zo krols dat ze zelfs mij toestaat om haar aan te raken.
Als ze zo krols is, wil ze ook graag naar buiten, het dakterras op. Ze nestelt zich dan op
de reling tussen het struweel van de blauwe regen veilig hoog en toch verscholen.
Die reling wordt regelmatig gebruikt door de katten die van het dak, via het dakterras en
het garagedak naar de achtertuin willen.
Een vaste bezoeker van het dakterras - en
als het kan ook van de werkkamer - is de ijspanter, een elegante witte kat of poes die
naar verluidt hoog boven de motorzaak een thuis heeft met nog drie andere katten. De
ijspanter is de eerste die bij Maansheba langskomt.
De ijspanter valt op door de rust en de
onverstoorbaarheid, waarmee ze zich een weg door ons huis baant. Later blijkt dat ze
stokdoof is. Als ze in de buurt van Maansheba komt, begint die te grommen en te blazen,
maar dat maakt natuurlijk weinig indruk. Pas als ik vlak voor haar ga staan, ziet de
ijspanter me. De witte kat stopt, kijkt even omhoog om dan zonder enige haast langs me
heen te lopen. In deze zomerse dagen staan alle ramen en deuren open. Dan is er bezoek
te verwachten van de kattengemeenschap hier.
Maansheba kan nog steeds geen andere
katten om zich heen hebben. Het lijkt erop dat ze helemaal geen andere levende wezens om
zich heen wenst. De eerste maanden leidt onze nieuwe huisgenoot een nogal teruggetrokken
bestaan. Zodra we haar weer op een wonderlijke schuilplaats tegenkomen, zoekt ze meteen
een andere plek. Het langst heeft Maan zich teruggetrokken op de vensterbank in de
logeerhut. Daar hebben we haar volkomen met rust gelaten. Dat bevalt haar prima. De enige
van wie ze toenadering gedoogt, is Ebella. Die mag het kleine zwarte poesje echter onder
geen beding oppakken, laat staan op schoot nemen. Dat is wel wat sneu voor moederpoes
Ebella. [FzM, 3-8-32]

4
Cypers [log]

Ebella ontmoet regelmatig een rode poes
aan de overkant bij mevrouw vE. De rode poes is daar wat hongerig aan komen lopen. Dan ben
je bij mevrouw vE wel aan het juiste adres: alle katten zijn welkom - hongerig of slechts
met lekkere trek.
Behalve bij mevrouw vE komt de rode poes
ook bij overbuurvrouw Ko. Hoewel buurvrouw Ko kan zien dat deze mooie slanke kat meer dan
genoeg te eten krijgt, geeft zij het dier elke dag een schotel melk. Omdat andere buren
dat geen goed idee vinden ('Melk is helemaal niet goed voor poesjes'), lengt ze het daarop
aan met wat water.
Op een dag ziet iemand van de
ochtendkoffiekring bij mevrouw vE dat de rode kat zwanger moet zijn. Inmiddels is bekend
waar ze thuishoort en wat haar naam is. De aanstaande moederpoes heet Puk.
Na de ervaringen met Maansheba zijn we toe
aan een wat gezelliger kat. Misschien is het voor Maan ook wel beter als er een klein
poesje bij komt. Ebella maakt kennis met Linda, Sandra en Max, de eigenaren van Puk.
Ebella vraagt of ze eventueel een kitten uit het nest van Puk mag uitzoeken. Of zijn die
al vergeven? We willen een dame, een poes (ik heb me ooit door Dora de voordelen daarvan
laten uitleggen ik zal haar vragen of zij die nog weet).
Op woensdag 5 juni worden er vijf katjes
geboren. De twee katertjes (een rode en een zandkleurige) vallen af. We hebben keus is uit
drie even schattige en aandoenlijke poesjes. Ebella kan niet kiezen - ze vindt ze allemaal
even leuk - ze wil ze wel alle vijf! Aan Betül, die mee mag kiezen, heeft ze ook niets.
Die kan ook geen keus maken. Ze vindt de katjes wel lief, maar ook een beetje eng. Dus
moet ik mee om te kiezen.
Ik heb meteen iets met een levendig,
opvallend alert en onderzoekend cypers poesje. Ze is lekker intens bezig met broers en
zussen en wat je verder in een groot gezin allemaal tegenkomt. Af en toe neemt dit
enthousiaste katje even de tijd voor het bezoek. Ze kijkt met haar donkerblauwe ogen
ineens recht in de lens van de vestzakcamera. Vervolgens kijkt ze mij daarna diep in de
ogen en peilt mijn ziel. Alsof ze verband tussen de camera en de fotograaf legt. Dan is de
keus snel gemaakt. We kunnen de cyperse op 20 juli ophalen Dan zijn de katjes zes
weken oud. [FzM, 4-8-02 ]

5
Maansheba [log]

Maansheba is vanaf het begin wat vreemd.
Zodra het kleine zwarte poesje een poot over de drempel van de werkkamer zet, verdwijnt ze
onder de stellingkast. Of ze schuilt achter de broodmachine in de opslagkamer, of onder
het kledingrek in Ebellas boudoir. Als ze met rust gelaten wordt, blijft ze daar de
hele dag zitten. Maar als iemand toenadering zoekt of haar wil aaien, verhuist ze naar een
nieuwe schuilplaats: achter de schminktafel of in de vensterbank van de logeerhut.
Hoewel Maansheba gesteriliseerd is, is ze
om de twee weken wanhopig krols. Zo krols dat ze zelfs mij toestaat om haar aan te raken.
Als ze zo krols is, wil ze ook graag naar buiten, het dakterras op. Ze nestelt zich dan op
de reling tussen het struweel van de blauwe regen veilig hoog en toch verscholen.
Die reling wordt regelmatig gebruikt door de katten die van het dak, via het dakterras en
het garagedak naar de achtertuin willen.
Een vaste bezoeker van het dakterras - en
als het kan ook van de werkkamer - is de ijspanter, een elegante witte kat of poes die
naar verluidt hoog boven de motorzaak een thuis heeft met nog drie andere katten. De
ijspanter is de eerste die bij Maansheba langskomt.
De ijspanter valt op door de rust en de
onverstoorbaarheid, waarmee ze zich een weg door ons huis baant. Later blijkt dat ze
stokdoof is. Als ze in de buurt van Maansheba komt, begint die te grommen en te blazen,
maar dat maakt natuurlijk weinig indruk. Pas als ik vlak voor haar ga staan, ziet
ijspanter me, stopt, kijkt even omhoog om dan zonder enige haast langs me heen te lopen of
zich om te draaien. In deze zomerse dagen staan alle ramen en deuren open. Dan is er
bezoek te verwachten van de kattengemeenschap hier.
Maansheba kan nog steeds geen andere
katten om zich heen hebben. Het lijkt erop dat ze helemaal geen andere levende wezens om
zich heen wenst. De eerste maanden leidt onze nieuwe huisgenoot een nogal teruggetrokken
bestaan. Zodra we haar weer op een wonderlijke schuilplaats tegenkomen, zoekt ze meteen
een andere plek. Het langst heeft Maan zich teruggetrokken op de vensterbank in de
logeerhut. Daar hebben we haar volkomen met rust gelaten. Dat bevalt haar prima. De enige
van wie ze toenadering gedoogt, is Ebella. Die mag het kleine zwarte poesje echter onder
geen beding oppakken, laat staan op schoot nemen. Dat is wel wat sneu voor moederpoes
Ebella.

6
Madammeke [log]

Ebella ontmoet een rode poes aan de
overkant bij mevrouw vE. De rode poes is daar wat hongerig aan komen lopen. Dan ben je bij
mevrouw vE wel aan het juiste adres: alle katten zijn welkom hongerig of slechts
met lekkere trek.
Behalve bij mevrouw vE komt de rode poes
ook bij overbuurvrouw Ko. Hoewel buurvrouw Ko kan zien dat deze mooie slanke kat meer dan
genoeg te eten krijgt, geeft zij het dier elke dag een schotel melk. Omdat andere buren
dat geen goed idee vinden (Melk is helemaal niet goed voor poesjes
),
lengt ze het daarop aan met wat water.
Op een dag ziet iemand van de
ochtendkoffiekring bij mevrouw vE dat de rode kat zwanger moet zijn. Inmiddels is bekend
waar ze thuishoort en wat haar naam is. De aanstaande moederpoes heet Puk.
Na de ervaringen met Maansheba zijn we toe
aan een wat gezelliger kat. Misschien is het voor Maan ook wel beter als er een klein
poesje bij komt. Ebella maakt kennis met Linda, Sandra en Max, de eigenaren van Puk.
Ebella vraagt of ze eventueel een kitten uit het nest van Puk mag uitzoeken. Of zijn die
al vergeven? We willen een dame, een poes (ik heb me ooit door Dora de voordelen daarvan
laten uitleggen ik zal haar vragen of zij die nog weet).
Op woensdag 5 juni worden er vijf katjes
geboren. De twee katertjes (een rode en een zandkleurige) vallen af. We hebben keus is uit
drie even schattige en aandoenlijke poesjes. Ebella kan niet kiezen ze vindt ze
allemaal even leuk ze wil ze wel alle vijf! Aan Betül, die mee mag kiezen, heeft
ze ook niets. Die kan ook geen keus maken. Ze vindt de katjes wel lief, maar ook een
beetje eng. Dus moet ik mee om te kiezen.
Ik heb meteen iets met een levendig, opvallend alert en
onderzoekend cypers poesje. Ze is lekker intens bezig met broers en zussen en wat je
verder in een groot gezin allemaal tegenkomt. Af en toe neemt dit enthousiaste katje
even de tijd voor het bezoek. Ze kijkt met haar donkerblauwe ogen ineens recht in de lens
van de vestzakcamera. Vervolgens kijkt ze mij daarna diep in de ogen en peilt mijn ziel.
Alsof ze verband tussen de camera en de fotograaf legt. Dan is de keus snel gemaakt. We
kunnen de cyperse op 20 juli ophalen - dan zijn de katjes zes weken oud.

7 Moeder Puk
is dood [log]

Ebella kan niet wachten. Als we thuis zijn uit
Frankrijk wil ze meteen gaan kijken. Ze telt de dagen af tot vrijdag 19 juli. Bij Ber en
Wendel had ze over poezen gedroomd en was er een naam blijven hangen. Ik wilde wachten met
naamgeven tot het poesje in huis is, maar Madam of Madammeke lijkt me wel een goed
uitgangspunt.
Op de koffiekring bij mevrouw vE hoort Ebella dat
Puk de rode moederpoes bij ons voor op straat is doodgereden. De kitten zijn nog geen vijf
weken oud. Twee van de kitten eten vast voedsel - de rest krijgt nog de fles.
Maan wordt tijdens onze afwezigheid verzorgd door
Mies, de moeder van Ebella. Bij die gelegenheid springt Maan van haar slaapplek op de
piano via de geluidsboxen de keuken in. Alleen in de gootsteenbak laat ze zich door Mies
aaien en kammen. Maar ook Mies mag haar onder geen beding optillen.
Die vrijdag gaan we met een grote reismand de
nieuwe poes ophalen. Nu hun rode moederpoes Puk er niet meer is, houden Max en
Sandra nu toch een van de jonkies, een zandkleurig katertje dat voor het gemak ook Puk
genoemd wordt. Omdat Max en Sandra de volgende dag een week met vakantie gaan, komt Puk
die week bij ons logeren. Dat is een prima oplossing. Dan is het cyperse poesje de eerste
week ook niet zo alleen in haar nieuwe thuis.
De twee katjes voelen zich meteen thuis. Zodra ze
de poezenmand uit zijn, gaan Puk en Madammeke op onderzoek uit. In de werkkamer doorzoeken
ze alle gangetjes en holletjes tussen de kasten en onder de werktafels. Ze kruipen achter
de boeken en de opbergdozen, springen in de wasmand die bij de deur naar het dakterras
staat en klimmen langs de ordners omhoog de stellingkast in. In de grote kledingkast mogen
ze niet komen. Dat blijft verboden terrein. Maar verder zijn er weinig beperkingen.
Gelukkig voor Maan kunnen de kleine katjes nog niet op de werktafel komen. Maan heeft haar
oude plekje naast de scanner weer in gebruik genomen. Voorlopig is ze daar veilig.
Omdat Puk en Madammeke net een paar dagen zelf
eten, krijgen ze naast de speciale brokjes voor kitten af en toe een beetje blikvoer. Dat
vinden ze erg lekker. Ebella ontwikkelt zich tot een ware moederkloek. Ze wil de kleintjes
wel elk uur iets anders te eten geven. Ze bedenkt al lang van te voren wanneer er verse
vis of gekookt hart op het menu komt. En als ze van iemand hoort over katten die
havermoutpap als ontbijt krijgen, haalt Ebella dat ook in huis. Er wordt goed in de gaten
gehouden welk merk kattenvoedsel de katjes het liefst eten, maar gelukkig zijn ze nog niet
erg kieskeurig ze eten alles wat ze wordt voorgezet.
Door de veranderingen raken de ingewanden van de
katjes in de war. Dat is goed te merken aan de kattenbak. Vooral Madammeke heeft er veel
last van. We ontdekken dat ze onder de werktafels op de
computerbedrading heeft gepoept. Later komt daar de plek bij waar de
telefoonlijnen en kabels de werkkamer in komen. Nou, dat is geen pleziertje om alle kabels
weer schoon te krijgen zonder die los te koppelen. Daar zijn we wel een uurtje mee bezig.
Daarna maak ik met behulp van dozen deze plekken ontoegankelijk. Dat voorkomt herhaling.
Madammeke haar darmen zijn ook van streek omdat ik
haar per ongeluk een paar dagen brokjes voor volwassen katten heb gevoerd. Daar kan een
kitten helemaal niet tegen dat is niet goed voor jonkies. Ebella ontdekt mijn fout
en vanaf dat moment gaat het weer de goede kant op met Madammekes stofwisseling.
Puk is een zeer gewaardeerde logé. Madammeke en
Puk zijn die week ideale sparringpartners. Het gaat er soms zo intens en hardhandig aan
toe, dat wij toeschouwers ons hart vasthouden. Voor Madammeke ben ik blij dat deze
training maar een week duurt. Ze bijt lekker van zich af en broer en zus zijn goed aan
elkaar gewaagd. Het spelen doet beide goed. Aan de andere kant hoeft Madammeke zich niet
speciaal tot een trefzekere jager en vechtersbaas te ontwikkelen. Liever niet
liever een huiselijke en gezellige poes. Ook als compensatie voor het teruggetrokken
gedrag van Maansheba.
Tussen Maansheba en de kleine katjes botert het
niet vanaf het begin. Maan houdt de eerste dagen domicilie op de werktafel. Daar is ze
voorlopig veilig. De eerste tijd volgt ze drukke gedoe van Puk en Madammeke met argusogen.
Andersom zijn de katjes juist zeer nieuwsgierig naar Maan. Ze klimmen regelmatig de
stellingen in om een blik op de werktafel te kunnen werpen. Vooral Madammeke wil graag
kennismaken.

8 Er op af [log]

De eerst confrontatie tussen
Madammeke en Maan loopt uit op een fiasco. Zodra Madammeke net over de rand op de
werktafel gehouden wordt, wil ze op Maan af. Maan ligt tussen het telefoontoestel en
achter de scanner. Ze houdt de situatie nauwlettend in het oog. Als Madammeke zich uit de
mensenhanden ontworstelt en op Maan afstormt, sist Maan vervaarlijk. Het kleine cyperse
poesje laat zich daardoor niet imponeren en wil Maan bespringen. Maan slaat het poesje
woest van zich af. Madammeke laat zich niet uit het veld slaan en gaat er weer op af. Maan
explodeert. Ze springt op - het sissen gaat over in krijsen staart rechtop - ze
kromt haar rug. De ultieme kat in het nauw. Dat maakt indruk op Madammeke. Ze bedenkt zich
en trekt zich terug. Net buiten de gevarenzone gaat ze parmantig zitten en beschouwt de
zwarte poes in gevechtshouding. Op deze houding oefenen Madammeke en Puk meerdere malen
per dag nu ziet Madammeke het eens van een ander. Maansheba ontspant zich. Ze
begint te grommen en draait zich om haar rug naar haar belaagster toe.
Madammekes aandacht springt meteen naar de staart van Maan. Ze is nu alleen nog maar
geïnteresseerd in het puntje van Maans zwiepende en schokkende staart.

9 Pim [log]
De eerste week dat de katjes hier zijn, komen Zoë en haar vriendin
Nikki kijken. Nikki stort zich op Puk. Zoë ontfermt zich over Madammeke. Het is leuk om
te zien hoe de moedergevoelens bij deze meiden opspelen. Buurjas
tweeëntwintigjarige dochter Meta kreeg zelfs wat hebberigs toen ze de katjes ontmoette.
Ze zou ze zo mee willen nemen.
Bij Zoë wonen ook katten in huis. Een lapjespoes en een grote zwarte
kater. Ze heten Jip en Pim. Jip de lapjespoes is ook wat schichtig. Dat is in de loop van
de jaren wél veel beter geworden. De poes voelt zich nu zeer thuis bij Zoë. Maar zodra
er een vreemde binnenstapt, trekt Jip zich schielijk terug in de achtertuin. Jip heeft
daar een Geheime Plek.
Pim, een prachtige gitzwarte panter, is het tegendeel van Jip. Pim is
juist dol op bezoek. Op verjaardagen viert hij intens met het jarige mee alsof al het bezoek ook voor hém komt.
Zodra het bezoek zit, kiest Pim de prettigste schoot van dat moment uit. Pim blijft daar
tot zich een rustiger schoot aandient.
Als ik bij Zoë thuis op de thee ga, komt Pim me uitgebreid
begroeten. Dat stel ik erg op prijs. Ik heb wel wat met Pim. Pim weet dat ik hem een
prachtige kater vind. Als de familie op vakantie is en ik de katten van Zoë eten mag
geven, komt Pim me al in het begin van de zijsteeg tegemoet. En na het eten brengt hij me
ook weer terug. Soms loopt hij helemaal mee tot bij ons op het achtererf. Dan blijft hij
een uurtje op het zadel van de motorfiets liggen kijken naar passerende katten.

10 De
verzorging van onze huiskat [log]

Beste oppassers. Het wordt hoog op prijs gesteld dat jullie op onze
huiskat komen oppassen. Ik moet er niet aan denken deze poes twee weken lang moederziel
alleen te laten. Onze huiskat Madamke is een cyperse (schildpad, volgens de
dierenarts) van nu zeven maanden oud. Ze is nog erg speels en vol energie. Ze popelt om
naar buiten op onderzoek te gaan, maar E* en ik hopen haar binnen te kunnen houden tot na
de eerste krolsheid. Pas als ze oud genoeg is om gesteriliseerd te worden, gaat het
kattenluik open en kan ze haar oefeningen buiten in praktijk brengen.
Madamke oefent een paar uur per dag. Ze is gefascineerd door alles
wat bezield is; een onrustige voet onder
een dekbed, een druppelende kraan, het gespetter in het bad, het doorspoelen van de
toiletten, vliegjes en mugjes en vogeltjes buiten, insecten die een mens niet met het
blote oog kan zien, de windgongen bij de achterdeur, het getik van de blauwe regen tegen
het raam, het spetteren van een kaars, het knisperende scheerschuim en het getikt van de
elektronische ontsteking van de geiser in het washok met alles wat een ziel lijkt
te hebben, wil ze spelen of haar gevechtstechnieken op proberen.
Als dat speelgoed niet beschikbaar is, gebruikt ze de zitkamer af en
toe als een stormbaan: ze spring via de leren fauteuils op de vensterbank, stort zich via
de kachelplaat op de bank en de stationsbank daarachter, klautert via de geluidsboxen over
de piano en springt over de keukenkasten het aanrecht op, de koelkast over, om onder de
eettafel door naar de zitkamer terug te rennen.
Verder heeft ze een flinke verzameling speelgoedmuizen en allerlei
balletjes en haarklemmen die ze stuk voor stuk door de kamer slaat en achterna springt.
Madamke apporteert af en toe: als E* vanuit de kamer Madamkes lievelingsmuis of
favoriete papieren balletje de gang in gooit, komt ze die per ommegaande terugbrengen.
Ik weet nog niet of ze de zestien uur slaap haalt die er voor een
gemiddelde kat staat, maar ik denk het wel. Als ze op de bovenverdieping moet blijven,
trekt ze zich vaak terug op de verwarmde vensterbank in de kattenkamer. En als ik op de
werkkamer bezig ben, ligt ze in een rieten mandje op de werktafel of bovenop de warme
computermonitor.
Als er niemand thuis is of jullie zijn allebei boven op de
werkkamer, kan Madamke beter op de bovenverdieping blijven. Ze heeft daar genoeg ruimte -
en vensterbanken te over om naar buiten te kunnen kijken. Op de bovenverdieping staat
alles wat ze nodig heeft.
We vertrouwen Madamke nog niet genoeg om haar alleen beneden rond te
laten lopen. Behalve dat ze de planten en bloemen niet met rust kan laten, heeft ze er ook
een handje van om haar nagels op andere plekken te scherpen dan de daarvoor bedoelde
krabpalen aan trap en tafelpoot. De drie leren stoelen zijn al lelijk door haar aangepakt
en ook de bank en de geluidsboxen hebben het zwaar te verduren. Als we haar ergens horen
krabben, grijpen we een van de plantensproeiers en spuiten we haar de trap op.
Damke heeft een zandbak als kattenbak. Dat is erg handig in
onderhoud. Als je één keer per dag de verdroogde kattendrollen en de zandklonters met
een zeef uit het kattenbakzand zeeft, hoeft die zandbak maar één keer in de week te
worden bijgevuld uit de zak Biokats Compact Fresh van Gimpet (fijnkorrelige
natuurklei; zeer sterke klontvorming; zuiniger in gebruik dan de traditionele
strooisels) - ons aanbevolen door Dierenspeciaalzaak Langhout en inderdaad het beste
kattenbakspul dat we ooit in huis hebben gehad.
Het voederen van onze huiskat luistert nogal nauw. In de vensterbank
van de kattenkamer staat een plastic bak met vijf verschillende soorten kattenkrachtvoer,
te weten: Kitten van Eukanuba, Kitten 34 van Royal Canin, Max Cat Kitten, Kitten van
Hills Science Plan en Jonge Katjes Chaton van Whiskas.
Madamke krijgt twee keer op een dag te eten. s Morgens in de
loop van de ochtend (niet te vroeg, want dan komt ze je de volgende dag wekken) en s
avonds laat - net voor het naar bed gaan. Ook omdat Madamke echt niets tussendoor krijgt
en gewend is aan deze enigszins variabele eettijden, schooiert en schuimt ze niet.
Per maaltijd krijgt ze drie volle maatschepjes uit de zak die aan de
beurt is, de zak die vooraan in de plastic bak staat. Als je die zak na het voederen weer
achteraan zet, krijgt ze op die manier steeds iets anders voorgezet. Af en toe valt er een
merk in ongenade en negeert Madamke haar maaltijd. Wij trekken ons daar niets van aan en
vullen haar etensbak bij met een nieuwe portie krachtvoer uit de volgende zak. Twee dagen
later is alles ineens weer schoon op.
Het kan zijn dat Madamke tussen jullie in wil slapen. Als jullie daar
geen zin in hebben, zal ze dat snel doorhebben en de nacht op een bureaustoel of op haar
vensterbank doorbrengen.
Ik hoop dat jullie alles kunnen vinden. Als er wat is, kan je bij de
buurmannen Van Spellen terecht, die weten van de hoed en de rand. O ja, de Tefal
broodrooster stopte er vandaag mee. Misschien moet je daar rekening mee houden. Tot over
twee weken. [FzM, 24-1-03]
[Wordt min of meer regelmatig vervolgd. Zie log Morgenlach voor nieuwe berichten.]

![Colorprints and videostills by Jha MaZuMa / Morgenlach [MMII]](tn_hal1schoen.jpg)
[log]|[morg]|[prints/stills] |