Reinier
Hondelink 18 juli 1951 - 16 april 2003
| Partystar | Het afscheid van Reinier | Fritz van Meer: Reinier is
dood | Liesbeth Vis: Good meuning | Thea Vijzelaar: Loslaten |

Ik trek al zon dertig jaar met Reinier op en onze
vriendenkringen overlappen elkaar voor een groot deel. Sinds hij dood is ben ik zoveel
mogelijk in Eemnes. Er moet veel geregeld en daar speelt de vriendenkring een grote rol
in. Dat is hartversterkend en erg gezellig bovendien. Van een wake is het nog niet
gekomen. Dat is afgesproken op paasmaandag. De dinsdag daarop gaan we Reinier begraven op
de Algemene Begraafplaats in Eemnes. [FzM 17-4-03]

Jij bent mijn partystar... Nee, jij bent míjn
partystar.

In zijn eigen huis in Eemnes is op zijn favoriete plekje gestorven
mijn liefste maatje en man, onze lieve geweldige papa die alles kon, mijn inlieve zoon,
onze schoonzoon, broer en zwager
Reinier Hondelink 18 juli 1951 - 16
april 2003
Dorien Walraven, Dieuwer Arent Hondelink, Dante Willem Hondelink,
Dieuwke Hondelink Dijkstra, Wim en Mien Walraven, Gert-Jan en Riet Hondelink,
Jan-Willem en Daniëlle Walraven. Reinier is thuis. De uitvaartdienst wordt gehouden
dinsdag 22 april om 10.30 uur in de parochiekerk H. Nicolaas, Wakkerendijk 58 te Eemnes.
Aansluitend zal tegen 12.15 uur de begrafenis plaatsvinden op de Algemene Begraafplaats.
Na afloop is er in de aula van de begraafplaats gelegenheid elkaar te condoleren.

Afscheid van
Reinier
Carin Greve en Gerda Oostenbrink spelen viool en trekzak. Binnenkomst
van Reinier. Arno Bornkamp speelt saxofoon. Het koor zingt: Thou knowest Lord.
Begroeting door pastoor Jongeneele. Bijschrijving door Dorien in het
boek van het nieuwe leven en kaarsaansteking door Dieuwer en Dante. Peter Greve speelt op
het orgel: Licht dat ons aanstoot in de morgen
Lezing uit het boek Prediker door pastoor Jongeneele. Nello Mirando
speelt op viool, begeleid op cimbaal.
Reinier wordt herdacht. Uitleg over de zevenarmige kandelaar door
pastoor Jongeneele. Dorien, Dieuwer en Dante steken elk een kaars aan.
Bert Duijf zingt: Gefrorene Tränen uit Schuberts
Winterreise. De vader van Dorien, Wim Walraven, spreekt. Het koor zingt: Ave verum
corpus. De moeder van Reinier, Dieuwke Hondelink, leest Droom van Vasalis. Het
Stadskoor Eemnes zingt: O Haupt voll Blutt und Wunden. Liesbeth Vis spreekt,
gevolgd door Thea Vijzelaar. Gert-Jan Hondelink zingt en speelt op gitaar: The
parting glass. Fritz van Meer spreekt*. Ellen Scholten leest Een
gesprek van Toon Tellegen. Het koor zingt: Swing low, sweet charriot.
Dorien herdenkt Reinier. Stadskoor Eemnes en Sylvia Greve zingen: Great minds,
Didos lament, with drooping wings van Henry Purcell (1659-1695).
Rite van water en wierrook. Uitleg over deze symboliek door pastoor
Jongeneele. Nello Mirando speelt op viool, begeleid op cimbaal. Afsluiting door pastoor
Jongeneele. Het koor zingt: Tomorrow shall be my dancing day.
Te voet begeleiden wij Reinier in stilte naar zijn laatste rustplaats,
de Algemene Begraafplaats in Eemnes. In de aula is er gelegenheid tot condoleren.
Vaar wel Reinier

Reinier is dood
Dag Reinier. Een jaar of dertig geleden zijn we hier allebei via onze
schooljuffen Lies en Marion in Eemnes terechtgekomen. Het was aangenaam met je kennis te
maken.
We hadden raakvlakken op velerlei gebied. Je brede belangstelling
voor taal en tekstverwerking, boeken, muziek, motoren, vriendinnen, vrouwen, vogels, onze
eerste stappen in de computer-era...
De tijd dat we als drie vrijgezellen met Erik op de Scholekster
woonden, meer muziek, de oeverloze gesprekken en drinkgelagen, de gezamenlijke vakanties
en motortochten, de feesten en nachtwandelingen, BMW en Martins Bramerburger Motor Werkplaats...
De Vrij Gezellige Jongensclub, de steeds mooiere muziek, Bert Duijf
en Stadskoor Eemnes, de tangolessen met Klein Eemnes, de kampvuren op de Zomertaling, de
begrafenissen van onze vrienden en geliefden...
De concerten, operas en muziekweekeinden, de muziekavonden bij
Bert, de trouwerijen, de fascinatie voor neurotransmitters en receptors, Rienk Kamer en
KaZaa Lite voor nog meer boeiende muziek...
De korte telefoongesprekken tussendoor, het gedoe met banken en
belasting, Louis en Betsy, het werk van en voor mijn broers, je nieuwe flashfotografie, de
pianomuziek van Gurdjieff, dezelfde zin en onzin...
En natuurlijk vooral ook de vele gezamenlijke vrienden en
vriendinnen, en de liefde van Dorien dat alles bindt ons.
Af en toe waren er ook wrijvingspunten. Twee keer is onze
kameraadschap een paar weken opgeschort geweest. Maar verder hebben onze
meningsverschillen de vriendschap kruidig en leuk gehouden.
We verschilden wel allebei van stijl van reizen. Op een motortocht
door onbekende gebieden kon jij vaak niet de rust opbrengen om eens goed rond te kijken.
Je blik was steeds gericht op het volgende traject het volgende doel. Dat had je
ook op feesten en partijen je genoot er zeer van, maar je ging toch op zoek naar
hogere hoogten en verdere verten. Je werd aangetrokken door het scherp van de snede.
Je was meestal aangenaam en boeiend gezelschap. Lief,
geïnteresseerd, met veel compassie en een groot inlevingsvermogen, zeer geestig en
oorspronkelijk. Ik heb me gelaafd aan je enthousiasme, je werklust, je vaderschap en je
zin in het leven. Je was een echte vriend en een waardig Vrij Gezellige Jongensclublid.
Ik ben benieuwd hoe je ons gedoe meemaakt. Je hebt er een dubbele rol
in. Je bent het verbindende richtpunt, maar je participeert ook. Je bent de laatste zeven
dagen overal tegelijk aanwezig: op de repetitie van het Stadskoor, thuis bij Dorien en je
zoons, waar je lichaam was opgebaard en waar je moeder, broer en schoonzus, je
schoonouders en zwager, je vrienden, familie, buren en kennissen steun en troost bij
elkaar zoeken...
Je bent op je kantoor en bij Lies en Marion, met Lies, Kees en Marion Broekhuizen thuis, in de
winkel bij Wiet en Saskia, op de thee bij Martin, Thea en Carin en de kinderen, achter de
Mac bij Winnie en Louis, tijdens het koken bij Thed en Nini, het boodschappen doen met
Koos en Gerda...
Je zit bij het vuur met Erik en Kees en de feestelijke maaltijden en
lange avonden met Ien, Marijke, Ellen, Iwan, Roos, Buddy, Lieke, Thomas, Monneke, Monica,
Sara, Dan, Peer en Eric van der Ploeg. Bij Boris en Fleur in Dubai en Bo-Joe onderweg in
Amerika. Bij Geoff en Martine in Arlington. En bij Joanna en Frans in het VU-ziekenhuis
(waar een dag na je dood Foebe Bobby aan haar
nieuwe leven is begonnen). Je was bij ons allemaal al je geliefden thuis,
onderweg naar huis, bij het slapengaan en in onze dromen.
Je zal het wel herkennen.
Je zal het ook wel gaaf vinden dat je overal tegelijk kan zijn - voor
je weer verder moet. Dat overal kunnen zijn past bij je wilde leven. Pas
achteraf is enigszins te begrijpen, waarom alles zo intens moest je had maar 51
jaar in dit mensenleven. Dat leven heb je behoorlijk goed uitgepeurd.
Dag Reinier veel sterkte op weg naar de volgende toestand -
een nieuwe fase in je eeuwige leven. We helpen je bij de belangrijke beslissingen die nu
van je gevraagd worden. Tot de volgende keer, Reinier.
Fritz van Meer 22-4-03

Good Meuning!
's Morgens op kantoor zeiden we altijd Good meuning tegen elkaar. Dat
zeg ik nu dus maar tegen jullie allemaal: Good Meuning!
Lieve Reinier,
Toen ik je leerde kennen, was je 17 jaar, niet bepaald knap, wel
langharig en opstandig. Je reed op een rode buikschuiver een Kreidler was het
geloof ik waarop je zo af en toe 'voor de kick' met je ogen dicht een
kruispunt over scheurde. Het leven moest tenslotte wel een beetje spannend zijn
Dat was ook de tijd van Frank Zappa en wat later de jazz. Vooral
Billy Holiday was een van de favorieten. Je draaide ook wel van die moderne jazz die niet
zoveel mensen waarderen, maar jij zei dan dat je gewoon wat beter, of wat langer moest
luisteren. Datzelfde zei je later over klassieke muziek waar je hoe langer hoe meer van
ging houden. Als ik dan eens iets minder mooi vond, kreeg ik opnieuw te horen dat ik er
dan wat vaker naar moest luisteren, dan zou ik het wel leren waarderen. Maar je grote
liefde werd uiteindelijk het zingen het zingen bij je eigen koor.
Elke woensdagmiddag zat je op kantoor te oefenen. De computer speelde
de muziek en jij zong. Ik ken van de meeste koorliedjes dan ook voornamelijk de baspartij.
Maar niet alleen muziek, ook je gezin vulde je leven
vervulde
je leven moet ik misschien wel zeggen. Je jongens Dieuwer en Dante. Je was er vroeger zo
van overtuigd dat je geen kinderen zou krijgen, maar toen Dieuwer kwam, veranderde je in
een onstuitbaar trotse vader die elke nieuwe ervaring opzoog met een liefde die je
daarvoor gewoon niet kende. De lacherige toon waarop je sprak 'jonge ouders die
uitsluitend over hun kleintjes praten', verdween en maakte plaats voor je dagelijkse
trotse verhalen over nieuwe woordjes, zinnen, gesprekken en belevenissen met je ZOONS! Dat
zei je ook zo graag: ZOON.
En in december kwam het er godzijdank ook "eindelijk" nog
van dat je trouwde met je Dorien. Het was een eerlijke, oprechte keuze en je ging ervoor,
voor je vrouw en voor je kinderen! Arme Rein, dat je nu niet meer verder kunt gaan.
En dan was er natuurlijk je zaak, je eigen Reintaal. Wat was het? 19
jaar, denk ik. Dag in dag uit zaten we samen op kantoor, werkten we, praatten we en
deelden we lief en leed, onmisbare baas en vriend!
Hoe vaak hebben we toen het kantoor nog op de Scholekster was
niet langdurig naar de vogels in de tuin zitten kijken, gewapend met verrekijker en
vogelboek. We hadden het vorige week dinsdag nog over een ander kantoor. Eigenlijk wilden
we liever weer een kantoor waar je bomen kon zien, waar je vogels hoorde fluiten als je
het raam open deed. Zo veel dingen in mij zijn bij jou begonnen.
Soms waren er dagen dat we nauwelijks meer zeiden dan "Wil je
koffie, wil je brood?", omdat we allebei te druk waren. En dan was het om vijf uur:
gezellig waren we hè, vandaag?
Maar er waren natuurlijk ook rustiger tijden. We hebben heel wat
afgepraat, gediscussieerd, goede raad uitgewisseld, zelfs halve ruzies gemaakt
al
duurde dat nooit lang, want als er één ding moeilijk was bij Reinier, dan was het wel
kwaad op hem blijven.
En natuurlijk kennen we bijna allemaal die slordige chaoot Reinier.
's Morgens komt hij binnen (velen van jullie zullen meteen weten wat ik bedoel): z'n broek
in de motorlaarzen, haar in de war, de onderste knopen van het overhemd los, dus boven de
broek een ferme kier waaruit een stuk T-shirt piept. En tot slot het oude, zwarte,
glimmende suède jasje dat volgens Reinier zo ontzettend lekker zat, maar waarvan Joke
vond dat het alleen nog rijp was voor de vuilnisbak.
Vervolgens was je dan regelmatig je goede bril kwijt en door de meer
dan 10 brillen die je her en der op kantoor had liggen kon je het allemaal niet meer zo
goed zien.
Vanzelfsprekend was je bureau een gezellige chaos; dat had je nodig
om te kunnen werken, zei je dan as strooiend en brood krummend, jij wist tenslotte precies
waar alles lag!
Maar oh, wat kon je dan toch kwaad en gestresst worden als je weer
eens iets niet kon vinden.
Ik kan uren over je praten, over al je meer én minder plezante (leuk
woord hè) eigenaardigheden
ik kende je al zo lang en zo goed. Je was gewoon een
unieke, vrolijke, wijze én onverstandige, onvoorspelbare en onvervangbare man. Voor mij
was je alles wat een vriend kan zijn. Maria Vasalis zei het zo:

VRIEND
Vriend, metgezel die meer en minder is
dan vader, moeder, minnaar, kind
hetzelfde als ik, maar anders
onafhankelijk en toegewijd
ouder, jonger, van dezelfde tijd.
Trooster, die getroost kan worden
baken en verhanger van de borden
Broeder, maar van andre moeder, zonder rivaliteit
met wie ik samenloop en die mij begeleidt.
Hij gunt mij om te leven en als ik dood
zou willen, geeft hij mij gelijk.
Soms is het, dat ik om hem alleen
verdragen blijf, wat zonder hem ondraaglijk scheen.
Zonder een enkele verplichting
loop ik en loop altijd in zijn richting.
Dag Rein, dag vriend [Liesbeth Vis 22-04-03]

Loslaten
Altijd als ik je tegenkwam, dan gaf dat een gevoel van
warmte, blij om je te zien
en zo liet jij dat ook altijd blijken, dat gaf gewoon
een lekker gevoel; een soort piepklein cadeautje van de dag.
Een warme blik, een glimlach, een praatje bij het
schoolplein terwijl we op de kinderen staan te wachten; of even snel bij de COOP nog wat
boodschappen doen, een kleppraatje met een kwinkslag over en weer; of bij Mart in de werkplaats even uitblazen van een stuk
vertaalwerk met een peuk en een koppie, om daarna er weer fris tegenaan te gaan. Altijd in
voor iets geks en gecharmeerd van het ongewone.
En altijd met een colbertje aan, zomer of winter, op
het werk of op vakantie, maar onafscheidelijk van je colbert, ook nu nog.
Vorig jaar in de Belgische Ardennen aan de Ourthe,
jullie zouden even aan komen waaien en het werden een aantal heerlijke weken met
ongelooflijk veel plezier. In de weer met je jochies, avontuurlijke wildwater vaartocht,
dammetjes bouwen aan de oever, de Ourthe afzakken met een vlot van opblaasbeesten aan
elkaar gebonden, een goddelijke flipperkast, slempen bij het kampvuur, slap georeer over
de zin en onzin van het leven. De sonore klank van je stem, die je graag goed geolied liet
weerklinken tussen het ruisende geluid van de rivier door.
Daar denk ik nog vaak aan terug; zon vet groot
cadeau was dat om met zoveel plezier en genegenheid met elkaar op te trekken.
Reinier, zoals jij was er maar een, met al je
gebruiksaanwijzingen, je wijsheid, je welbespraaktheid, je humor, je warmte en je liefde
voor de mensen om je heen. Mike zei tegen mij: als je Reinier omdraait, dan heb je
nog steeds Reinier en zo is het; want links, rechts, voor- of achteruit hoe je het
ook went of keert jij bent en blijft altijd uniek Reinier
the one and only.
Dat is toch een geweldig cadeau om zo iemand te hebben
gekend. En nu moeten wij het doen zonder jouw cadeautjes
We kunnen ons troosten met
dat wat we van jou gekregen hebben, we kunnen het koesteren en ons eraan warmen. Het geeft
ook een heel goed gevoel om met elkaar over jou te praten, herinneringen op te halen,
samen het verdriet te delen en het samenhorigheidsgevoel is sterk.
Maar het moeilijkste in dit alles - vind ik - is om je
uiteindelijk toch los te moeten laten, zodat je hoe of waar dan ook je weg kunt gaan, niet
meer bij ons.
Ondanks al ons verdriet, ons gehuil, ons gelach, ons
geschreeuw, ons gevloek, ons gemijmer, ons stil zijn
ondanks dat alles hebben we nog een gigantische klus te klaren. En dat is om
je te laten gaan, je los te laten, hoe strak we je eigenlijk ook willen blijven
vasthouden. Jou los te laten
maar het is zo verdomd moeilijk!
[Thea Vijzelaar 22.4.03]


[reageert hier]
|